Kleuter?

Roe is inmiddels geen klein lammetje meer. Hoe gaat het met haar – en met haar moeder?

Afgelopen zomer hebben we Roe zien opgroeien van minuscuul lammetje tot potige ‘kleuter’ die flink van zich kan laten horen. Ze is een vrolijk schaap dat het heerlijk vindt om even onder haar kin gekriebeld te worden.

Moeder Soes is ook wat minder zenuwachtig dan in het begin, en is weer wat aangekomen. Het groot brengen van een jong vergt heel wat energie.

Roe eet inmiddels heel wat andere dingen dan melk, zoals gras, hooi en lammerenbrokken. De melkgift loopt zo’n 6 weken na de geboorte terug en na een maand of 3-4 wordt het steeds minder totdat na zo’n  6 maanden de uiers opdrogen.

In de meeste gevallen worden de lammeren rond de leeftijd van 3 à 4 maanden bij het moederdier weggehaald, zodat de ooien kunnen herstellen voor een nieuw dekseizoen. Als er ramlammeren zijn, worden de dieren altijd gespeend om inteelt te voorkomen. Als het ooilammeren zijn, is de conditie van het moederdier bepalend of er gespeend gaat worden. Er spelen ook andere factoren mee, zoals typische ‘kinderziekten’ die kunnen overslaan op de uier van het moederdier.

We hebben deze zomer nog een lam gekregen, weliswaar elders geboren. Samen met haar moeder is ze hier gekomen. Het zijn geiten van het oudhollandse ras Toggenburger. We hebben het lam Kiet genoemd, en de moeder Aagje. Aagje weet haar plaats in de huidige geitenkudde langzaam te veroveren. Kiet dolt graag een beetje met de andere geiten en verschuilt zich achter moeders als het te spannend wordt. Het is leuk om dit proces te zien.